2.2.09

Milieufiles

Column: Wat een week! (16 december 2008)

Kent u die reclamekreet nog: “Milieu? Ik kom uit een voortreffelijk milieu!” Dat riep een vrouw voordat ze in haar auto naar de tennisbaan reed. “Lopend naar de tennisbaan? Ik ga toch niet lopen! Ik ga tennissen!” Die jaren ’80 liggen nu wel achter ons, maar waar gaan we heen?

Onlangs mocht ik enkele milieuorganisaties interviewen. Oorspronkelijk ging het over fijnstof, maar daarna sprak ik met een van de woordvoerders uitgebreid over de fileproblematiek. Mijn vraag was simpel: “Zorgen die stilstaande auto’s in de files met hun ronkende motors juist niet voor veel CO2 en is het daarom beter om meer wegen aan te leggen, zodat het verkeer kan doorrijden?”

Het antwoord dat ik kreeg vond ik schokkend: “Het is niet onze doelstelling om de files weg te krijgen.” Hij legde deze visie uit: “Als we de files oplossen, gaan meer mensen weer achter het stuur kruipen en komen er nieuwe files.” Hier zit een denkfout, want zo simplistisch is het niet. Ongetwijfeld zullen wat meer mensen in eerste instantie de auto pakken, maar als dat zo is: bewijst dat dan niet het failliet van het openbaar vervoer? Bovendien: volgens mij kan iedereen maar in één auto tegelijk rijden.

Decennialang zijn er jaarlijks miljarden geïnvesteerd in het railverkeer, bussen, trams en metro’s. Maar nog altijd is het aandeel OV-gebruik in de mobiliteit zeer klein ten opzichte van het gebruik van het eigen vervoermiddel (auto/motor). Helemaal onlogisch is het niet, want als je gebruik maakt van het openbaar vervoer moet je naar een plaats waar je op dat moment niet bent (van je huis naar, bijvoorbeeld, de bushalte) en wordt je gebracht naar een plek waar je niet moet zijn. Het enige succesvolle openbaar vervoer dat ik ooit heb zien werken, functioneert in Hongkong. Dit zijn de zogeheten minibusjes, die door verschillende (concurrerende!) maatschappijen door de hele stad rijden. Je kunt hen overal langs de weg aanhouden en hoeft er dus niet voor naar een bushalte te lopen. Onderweg wordt je op iedere plek afgezet waar je moet zijn. Door de intensiteit van de minibusjes daar hoef je altijd maar enkele minuten te wachten tot de volgende minibus komt.

Wat hebben we in Nederland? Grote dieselbussen die de meeste tijd van de dag volkomen leeg rondrijden door de omgeving. Ze rijden maar een of hooguit twee keer per uur hun route en nog zijn ze ongebruikt. Ik moet echter nog het eerste onderzoek onder ogen krijgen waaruit blijkt hoeveel dieseluitlaatgassen nodeloos de lucht in worden gespuwd. En reken dan ook maar even uit hoeveel uitlaatgassen er extra bijkomen doordat het autoverkeer extra lang moet wachten voor de rode stoplichten, die namelijk voorrang geven aan de bus.

Kortom: vervang die grote ronkende busmonsters door snelle, milieuvriendelijke en overal stoppende minibusjes. Laat die minibusjes door meer dan een maatschappij beheren. Oh, en wat het rekeningrijden betreft: over een paar jaar staan we betaald in de file. De enige juiste manier om rekeningrijden in te voeren, is door het aanleggen van extra wegen en alleen op die nieuwe wegen het rekeningrijden in te voeren. Slechts dan kan de wegengebruiker echt kiezen: gratis stil staan of betaald doorrijden. Bovendien wordt de aanleg van die wegen dan betaald door de gebruikers zelf. Maar ja, voor dit voorstel zal geen politieke meerderheid komen, want dit is namelijk wél een oplossing om de files te laten verdwijnen.

Het woord van de week is: Poolen. Het Nederlandse woord van het jaar is: Swaffelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen